Cursus Tiny Forest Dag 2

Deze tweede cursusdag vond plaats op zaterdag 28 september 2019, wederom in het prachtige gebouw De Refter in Ubbergen bij Nijmegen. De bijeenkomst startte met een interessante uitwisseling over de motieven van alle deelnemers om een Tiny Forest in hun eigen tuin te willen. Daar zaten leuke en ook verrassende verhalen tussen.

Een stukje grond teruggeven aan de natuur. Het bevorderen van biodiversiteit. Dieren aantrekken, van spinnen tot bijen tot vogels tot eekhoorns. CO2 vangen. Twee cursisten beschikken al over een klein traditioneel bos en zien een Tiny Forest als interessant onderzoeksmateriaal. Eén cursist bouwt momenteel een duurzaam Tiny House en wil als het ware met haar Tiny Forest de footprint van haar bouwen compenseren. Stadse mensen hebben een stukje natuur gekocht. Een boerendochter transformeert haar agrarische bedrijf tot een natuureducatieplek. Zo inspirerend om al die verhalen te horen!

Vanwege de regenvoorspelling in de middag werd het aanplanten van ons proeftuintje Tiny Forest vervroegd. Dus Stap 5: Plantdag. Een Tiny Forest plant je van begin november tot maart. Omdat het op deze cursusdag te vroeg is voor bosplantsoen ofwel stokjes met wortels eraan, was dit aanplanten heel anders dan wij gaan doen. Namelijk met potplanten, maar toch leuk om samen te doen. Mijn boompje was een Crataegus Monogyna ofwel de Eenstijlige Meidoorn, die staat ook op mijn eigen plantlijst. Nadat alle boompjes en heesters geplant waren werd er een dikke laag mulch over de grond gelegd, bestaande uit blad, dorre stroachtige planten en takjes. Deze mulchlaag is in de methode van Tiny Forest maar liefst 15cm. Het idee erachter is dat door de bodemvoorbereiding en de mulchlaag de planten zichzelf kunnen redden zonder tussentijds te bewateren en het geheel zeer snel uitgroeit tot een volwassen bosje.

De belangrijkste planttip – iets dat heel veel mensen fout doen – stamp niet aan! Door de grond aan te stampen verdicht je de grond en dat is juist niet goed voor de wortels. Die zitten er liever luchtig bij.

In het theoriegedeelte hebben we nog gesproken over de bodembewerking. Bijna iedereen heeft inmiddels een idee van in welke grond hun bosje geplant gaat worden. Sommigen stuitten na twee keer scheppen al op water en anderen helemaal niet, sommigen krijgen amper een schep de grond in en bij anderen is het los zand. Al deze bodemtypes vragen om een eigen soort bodembewerking. Harde grond krijg je losser door te mengen met gehakt stro, daardoor wortelen de bomen beter. Zanderige grond heeft rijke groencompost of turf nodig om te zorgen dat de bodem water beter vasthoudt en de grond voedselrijker maakt. In het rijtje zand / klei / veen staat geen löss. Dat betekent dat wij een beetje gaan improviseren tussen zand en klei in en dat wij de grond minder intens voorbereiden omdat het redelijk los en vruchtbaar is. Verder vragen besproken als ‘zijn bladeren alleen geschikt als mulch’ (ja), ‘waarom kun je geen verse mest gebruiken’ (te zuur) en ‘moet je de mulchlaag al aanbrengen direct na de bodembewerking’ (ja, en als je gaat planten schep je de mulchlaag eraf en na het planten er weer op).

Vervolgens hebben we Stap 4: Beplantingsplan maken besproken. In een Tiny Forest staan alleen inheemse soorten, bomen die er zonder menselijk ingrijpen over 100 jaar waarschijnlijk nog zouden staan. Aan de hand van de grondwatertrap en de voedselrijkheid uit het bodemonderzoek stel je vast welk soort plantgemeenschap zich thuisvoelt in jouw tuin. Voor ons is dat Eiken/Beuken/Essen/Iepenbos. Hoewel er in onze tuin ook spontaan dingen groeien uit het Elzen en Essenbos. Dus een mix gaat wel mogelijk zijn. Natuurlijk houd je ook rekening met de rest van de omgeving. Staat je Tiny Forest tussen de akkers, in een woonwijk, heb je veel buren of niet, hoe staat de zon, enzovoort. Veel deelnemers kiezen er bijvoorbeeld voor om de kroonlaag of wel de hoogste bomen eruit te laten. En als je ook bijen en vogels wilt trekken, let dan op dat je een bloesemboog plant, ofwel dat er continu iets bloeit in je bosje.

Aan het eind van de dag duizelden het ons allemaal een beetje. Zoveel informatie. Gelukkig hebben we online contact via een besloten leeromgeving van IVN en op 9 november ontmoet een aantal elkaar weer op het Tiny Forestival, ik ook, en daar ontmoeten we ook goeroe Shubhendu Sharma. Can’t wait!