Stap 2: Bodemonderzoek

Bodemonderzoek bestaat uit 6 acties. De eerste actie is de grond controleren op kabels en leidingen. Dit is wettelijk verplicht bij machinaal graven, ongeacht hoe diep je graaft. Door middel van een Klic-melding bij de gemeente krijg je te horen of er kabels en leidingen onder de plantlocatie liggen.

De tweede actie is het bodemtype vaststellen. Dit deel van het onderzoek hebben wij vorig weekend al samen met de kinderen gedaan. Op verschillende plekken van de plantlocatie hebben wij handmatig 1.20 m diepe gaten met een grondboor gemaakt en de grond hieruit beoordeeld. Onder andere door middel van een balletjestest: kun je er een balletje van maken, hoe gedraagt dit balletje zich en hoe voelt het aan. Zuid Limburg staat bekend om lössgrond. Wat zagen en voelden wij? Lichtbruine zachte ietwat korrelige losse grond. Een balletje draaien kon, maar het verpulverde onder enige druk meteen. Deze losse grond varieerde van 30 tot 70 cm diep. Hoe dichter bij de Geul, hoe dieper de losse structuur. Daaronder werd het ietwat meer leem, maar geen vochtige klei, het bleef korrelig en brokkelig.

De derde actie is de dichtheid van de bodem vaststellen. Dat kan door middel van apparatuur, maar ook – zij het minder betrouwbaar- door een lange dunne pen van ongeveer 1 cm in diameter in de grond te steken. Hoe makkelijker hoe losser. Nu hebben wij als bovenlaag taai gras waarop tot drie jaar geleden enkele schapen graasden en langer geleden ook enkele pony’s. Een beetje aangestampt is het dus wel, maar niet door groot materieel en de lössgrond is van zichzelf vrij los. Wel is er risico op verslemping, dan ontstaat er een soort harde korst waarin zaden moeilijk kunnen ontkiemen, dat hebben wij niet gezien.

Actie vier is de voedselrijkheid vaststellen. Lössgrond is van zichzelf vruchtbaar. We hebben in onze boorgaten niet veel bodemleven met het blote oog gezien, maar in de afgelopen drie jaar hebben wij toch veel leven in onze tuingrond gezien. En cursusleidster Karin zei dat dit ook vanzelf komt door de bodembewerking van stap 3 en de aanplant met mulchlaag.

Voor actie 5, de grondwaterstand vaststellen hebben wij op de website maps.bodemdata.nl gekeken. Hier kun je algemeen bekend staande gegevens over de Nederlandse bodem vinden. Zie hieronder een screenshot, de rode lijn omvat ons gehele perceel, de blauwe lijn is de Geul. Wij merkten al dat de grond minder vochtig was dan wij dachten gezien de ligging naast de Geul en uit de data kwam ook bodemtype VI op ons perceel en aan de rand langs de Geul III. Dat zou betekenen dat wij de watervasthoudendheid zouden moeten vergroten door de bodem te verrijken met organische stoffen, al zal die sprong van III naar VI niet van de ene op de andere centimeter plaatsvinden.

En tot slot actie 6, onderzoek de conditie van de toplaag. Hoe ziet die eruit? Harde graslaag dus, dat betekent dat we de toplaag moeten verwijderen en deze vermengen tijdens de bodemverwerking met de rest van de bodem. Als we een mooie vruchtbare bovenlaag zouden hebben, bijvoorbeeld een kruidenlaag, dan zou je die voorzichtig kunnen verwijderen en na de bodembewerking weer terug leggen.