Cursus Tiny Forest Dag 1

Al vroeg vertrok ik, Hilde, met de trein richting Ubbergen bij Nijmegen. Klaar voor de eerste cursusdag. Stevige schoenen aan, foto’s van onze plantlocatie in mijn rugzak en de eerste prangende vragen genoteerd.

Onze leslocatie was op zichzelf al inspirerend. Eind negentiende eeuw een sjieke villa. Vervolgens een meisjespension onder leiding van Franse nonnen, die er een kerk en ‘vleugels’ aanbouwden. Later een middelbare meisjesschool, een havo en eigendom van een textielfabrikant. Momenteel wonen er 90 mensen, waarvan de helft in een woongroep en de rest zelfstandig. Daarnaast worden er allerlei activiteiten en exposities georganiseerd. Herkennen jullie onderstaand trappenhuis?

De 21 cursisten komen uit alle windstreken van Nederland, Achterhoek tot Alkmaar en van Friesland tot Zeeland en Zuid-Limburg. Van B&B eigenaar tot hovenier, van iemand die 40 jaar geleden al IVN gids was tot iemand die nog geen boom herkent, met tuinen van 300 tot 2500m2. De cursus wordt gegeven door een IVN medewerkster Alina en ervaringsdeskundige Karin. Na een korte kennismaking volgde een introductie van de bedenker van Miyawaki bossen en de daarop geïnspireerde Tiny Forests, Shubhendu Sharma en zijn inspiratie Akira Miyawaki.

Na een uur vertrokken we naar buiten voor Stap 1: Veldverkenning bosgemeenschap. Miyawaki ontdekte dat bosgemeenschappen van inheemse planten veerkrachtiger zijn dan bosgemeenschappen van exotische planten. Beter bestand tegen natuurrampen zoals bosbranden, plagen, aardbevingen en klimaatverandering. Tijdens een veldverkenning noteer je welke inheemse planten er staan, van boom tot kruid. En welke soorten staan vaak naast elkaar.

Bij Stap 2: Bodemonderzoek check je welke bodemsoort jouw plantgebied heeft. De bodem is de basis van het Tiny Forest. Een complex ecosysteem waarin microben, schimmels en bodemdieren een centrale rol spelen. Een bodem heeft voor goede groei water, licht, doorwortelbare ruimte en voeding nodig. Het gaat om de soort grond, de bodemdichtheid, de voedselrijkheid en de grondwaterstand. In de tuinen om De Refter is een stukje van circa 10m2 voor ons gereserveerd voor een proefbosje. Hiervan hebben we ook de grond onderzocht.

Bij het planten van een Tiny Forest is de bodem de basis van het succes. In Stap 3: Bodembewerking creëer je een soort luilekkerland voor bomen. Een losse luchtige grond tot een meter diep, die voldoende organisch materiaal bevat en binnen een jaar een wijdvertakt schimmelnetwerk heeft. Na de bewerking is de grond opgebouwd uit een ondergrond, een ondergrond gemengd met humus, een humuslaag en bovenop 15 cm strooisel. De toevoegingen in de bodem hangen af van de soort bodem op je plantlocatie. Na het planten van het bos, vul je de eerste jaren de strooisellaag aan totdat er voldoende blad en bladval, zodat het bosje zijn eigen humuslaag maakt. Met deze methode bewerk je de grond dusdanig voor, dat water geven niet nodig is.

Tot slot hebben we een eerste oefening gedaan met Stap 4: Beplantingsplan maken. Waarom is dit belangrijk? In een Tiny Forest staan alleen inheemse bomen en planten. Soorten die er zonder menselijk ingrijpen over 100 jaar waarschijnlijk ook zouden staan. Verschillende plantensoorten komen vaak samen voor op dezelfde plek, dat noemen ze plantgemeenschappen. Bij het maken van dit plan kies je voor een de plantgemeenschap die past bij de plantlocatie. Voor Zeeland, Drenthe en Limburg maak je dus uiteenlopende beplantingsplannen zijn. Voor de biodiversiteit kies je minimaal 25 verschillende bomen en planten. Voor elke vierkante meter 3 bomen/planten en in percentages verdeeld van kroonlaag tot heesterlaag. Op mijn vraag of het dan een ‘survival of the fittest’ was, werd ontkennend geantwoord. In principe overleeft het merendeel van de aanplant in een Tiny Forest, de ruimte in hoogte en breedte verdelen ze samen.

Aan het eind van de middag bezochten we ter inspiratie het twee jaar oude Tiny Forest in een bosrijke omgeving van Karin.

Huiswerk voor 28 september:

  1. Bodemtest eigen plantlocatie
  2. Veldverkenning eigen plantlocatie
  3. Eerste ontwerptekening met plantlijst eigen plantlocatie

Prachtige lucht bij thuiskomst!